PROTOCOL-ONEKies je tijd

Peesklachten & belasting

Achillespeespijn bij de hiel: waarom de uitvoering van je oefening telt

Door Protocol-One

Bij achillespeespijn vlak op de hiel kan het helpen om tijdens de revalidatie minder diep door de enkel te bewegen. De pees wordt dan nog steeds belast, terwijl de druk bij de aanhechting wordt beperkt. Dat is een andere keuze dan volledig rusten of steeds verder rekken. Eerst moet duidelijk zijn waar je klacht zit en of de achillespees inderdaad de oorzaak is.

De plaats van de pijn verandert de afweging

De achillespees verbindt je kuitspieren met het hielbeen. Klachten kunnen in het middendeel van de pees zitten, maar ook vlak bij de aanhechting op het bot. Die tweede vorm wordt insertionele achillespeestendinopathie genoemd. In de Nederlandse richtlijn gaat het om klachten binnen twee centimeter van de aanhechting.

Alleen aanwijzen waar het pijn doet is onvoldoende voor de diagnose. Ook het ontstaan, pijn bij belasten, plaatselijke drukpijn en eventuele verdikking tellen mee. Bij een afwijkend klachtenpatroon of onverwacht beloop moet de beoordeling breder worden. Een standaardoefening van internet maakt dat onderscheid niet.[1]

Verder zakken geeft een andere belasting

Denk aan een kuitheffing op de rand van een traptrede. Als je de hiel onder de trede laat zakken, beweegt de voet verder richting het scheenbeen. Bij de peesaanhechting neemt daardoor de druk tegen het hielbeen toe. Voor iemand met klachten op die plek kan juist dat deel van de beweging ongunstig zijn.

De praktische vraag is dus niet alleen hoeveel herhalingen je doet. Ook het bewegingsbereik kan worden aangepast. Je kunt een spier-peescomplex kracht laten leveren zonder iedere herhaling tot in de diepste stand uit te voeren. Dat geeft een behandelaar een mogelijkheid om de training passend te maken, in plaats van alleen te kiezen tussen doorgaan en stoppen.[2]

Wat het onderzoek daadwerkelijk vergeleek

In een gerandomiseerd onderzoek kregen 42 sportactieve volwassenen met langer dan drie maanden bestaande aanhechtingsklachten een opbouwend oefenprogramma. In één groep werd de druk op de aanhechting beperkt: minder diepe enkelbuiging, geen kuitrekken en tijdelijke hielverhogingen. De andere groep trainde met diepe enkelbuiging en kuitrekken. Beide groepen bouwden de belasting op.

Na twaalf weken scoorde de groep met minder compressie gemiddeld 12,9 punten beter op de VISA-A, een vragenlijst over klachten en functioneren op een schaal tot 100. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval liep van 6,2 tot 19,6 punten. Na 24 weken bleef een gemiddeld voordeel bestaan.

Dit ondersteunt het aanpassen van de revalidatie, maar bewijst niet dat alleen een hielverhoging of één aangepaste oefening het verschil maakte. Er werden meerdere onderdelen tegelijk veranderd. Het onderzoek was klein, deelnemers konden hun behandeling niet geblindeerd uitvoeren en de precieze grootte van het voordeel blijft onzeker. De resultaten gelden bovendien niet automatisch voor een recente blessure of pijn hoger in de pees.[2]

Van een oefenlijst naar een uitvoerbaar plan

Stel dat je op een vlakke ondergrond redelijk kunt oefenen, maar telkens vastloopt wanneer je de hiel diep laat zakken. Dan is het zinvol om juist dat verschil te bespreken. Hetzelfde geldt als de training zelf meevalt, maar lopen de volgende ochtend duidelijk moeilijker gaat. Zulke concrete ervaringen helpen om de gekozen belasting te beoordelen.

Neem daarbij je hele dag mee. Een oefensessie staat niet los van een werkdag op de been, trappenlopen of een hardlooptraining. Vertel welke activiteit je wilt hervatten en op welk moment de klacht je tegenhoudt. Dat geeft meer richting dan alleen melden dat de pees nog gevoelig is.

Een werkbaar plan beschrijft vervolgens wat je voorlopig aanpast, welke belasting je wel oefent en wanneer je de reactie bespreekt. Als één onderdeel wordt veranderd, wordt ook duidelijker of die keuze je verder helpt. Dit is een manier om de beoordeling concreet te maken; het is geen zelfstandig oefenrecept met vaste aantallen voor iedereen.

Minder druk betekent niet zonder kracht trainen

De Nederlandse richtlijn adviseert een actieve aanpak met uitleg, aanpassing van belastende activiteiten en geleidelijk zwaardere kuitoefeningen gedurende ten minste twaalf weken. Bij aanhechtingsklachten kunnen die oefeningen aanvankelijk op een vlakke ondergrond worden uitgevoerd. Het programma moet passen bij de persoon en de reactie op belasting.

Opbouw vraagt ook om een haalbaar ritme. Bespreek welke oefeningen je daadwerkelijk kunt uitvoeren naast werk en sport, en welke verandering je wilt merken. Verder kunnen lopen, een training beter verdragen en minder pijn ervaren zijn verwante maar verschillende uitkomsten. Na twaalf weken hoeft niet iedereen klaar te zijn voor dezelfde sportbelasting.[1]

Gericht bijstellen als je herstel vastloopt

Als je ondanks oefenen weinig vooruitgaat, neem dan de precieze uitvoering mee naar je beoordeling: waar voel je de pijn, hoe diep beweeg je en wat gebeurt er daarna? Daarmee kan worden onderzocht of de diagnose, het bewegingsbereik of de totale belasting opnieuw aandacht nodig heeft.

Meer oefeningen toevoegen is niet vanzelf de volgende stap. Soms wordt het plan bruikbaarder door een bestaande oefening anders uit te voeren en een duidelijker evaluatiemoment af te spreken. Het doel blijft dat je weer meer kunt doen, met een aanpak die bij jouw klacht en dagelijks leven past.

Literatuur en bronnen

  1. De Vos et al. Dutch multidisciplinary guideline on Achilles tendinopathy (2021)

    British Journal of Sports Medicine. Online 29 juni 2021. Hoofdtekst en aanbevelingen over diagnose, belasting en behandeling gelezen; aanvullende bewijsbijlagen niet afzonderlijk beoordeeld.

  2. Pringels et al. Effectiveness of reducing tendon compression in the rehabilitation of insertional Achilles tendinopathy: a randomised clinical trial (2025)

    British Journal of Sports Medicine. Online 26 februari 2025 volgens de volledige artikeltekst. Hoofdtekst, methoden, resultaten en beperkingen gelezen. 42 sportactieve volwassenen; gecombineerde interventie, geen bewijs voor het afzonderlijke effect van één onderdeel.

Geraadpleegd op 19 september 2026.