PROTOCOL-ONEKies je tijd

Voeding & peesherstel

Collageen bij peesklachten: helpt een supplement het herstel?

Door Protocol-One

Een collageensupplement kan de beschikbaarheid van aminozuren en sommige meetbare processen rond collageen beïnvloeden. Het is niet overtuigend aangetoond dat een sporter met een peesklacht daardoor sneller minder pijn heeft, meer kan belasten of eerder terugkeert naar sport. Progressieve peesbelasting blijft de basis; collageen is hoogstens een aanvulling met onzekere klinische meerwaarde.

Een bouwstof is nog geen herstelsnelheid

Een pees bestaat voor een groot deel uit collageen. Dat maakt de gedachte achter een supplement logisch: na vertering komen aminozuren en kleine peptiden beschikbaar die het lichaam kan gebruiken. Maar tussen inname en sporthervatting liggen meerdere stappen. Het weefsel moet reageren op belasting, nieuwe structuur organiseren en vervolgens voldoende kracht kunnen overdragen voor lopen, springen of wenden.

Daarom zijn pijn, functie en belastbaarheid belangrijkere uitkomsten dan alleen een stijging van aminozuren in het bloed of een marker van collageenomzet. Een meetbaar biologisch effect kan een mechanisme ondersteunen, maar bewijst nog niet dat een geblesseerde pees sneller herstelt.[4][5]

Onderzoek naar collageenaanmaak geeft gemengde signalen

In een dubbelblind crossoveronderzoek kregen acht gezonde jonge mannen gelatine met vitamine C of een placebo rond korte springprikkels. Bij de hoogste onderzochte hoeveelheid steeg PINP, een marker die samenhangt met de aanmaak van type-I-collageen. Serum van deelnemers werd daarnaast gebruikt in een gekweekt ligamentmodel. Het onderzoek mat geen geblesseerde pees, pijn, functie of terugkeer naar sport. De auteurs merkten bovendien op dat de marker waarschijnlijk vooral botcollageen weerspiegelde.

Een gerandomiseerde studie uit 2024 vond juist geen extra aanmaak van spierbindweefseleiwit. Vijfentwintig gezonde jonge mannen trainden een week intensief en kregen tweemaal daags collageenpeptiden of placebo. De collageengroep had wel hogere concentraties glycine, proline en hydroxyproline in het bloed, maar geen hogere synthese van myofibrillair eiwit of bindweefseleiwit. Van deze studie was alleen het abstract toegankelijk; de uitkomst gaat over spierbindweefsel na training, niet over een peesblessure.

De studies spreken elkaar niet rechtstreeks tegen: ze onderzochten andere weefsels, methoden en termijnen. Samen laten ze vooral zien waarom een voedingsmechanisme niet één op één naar klinisch herstel mag worden vertaald.[4][5]

Een kleine achillesstudie geeft een mogelijk signaal

Het meest directe onderzoek bij een peesklacht is een pilot met twintig mensen met langdurige pijn in het middendeel van de achillespees. Iedereen volgde zes maanden een uitgebreid programma met kuitoefeningen en een stapsgewijze terugkeer naar hardlopen. De deelnemers kregen in wisselende volgorde drie maanden specifieke collageenpeptiden en drie maanden placebo.

Tijdens de periode met collageen verbeterde de VISA-A-score, een vragenlijst over pijn en functie, sneller dan tijdens placebo. Na zes maanden waren beide groepen echter ongeveer evenveel vooruitgegaan en de doorbloeding op echografie verschilde niet. Het onderzoek was te klein voor een stevige conclusie, combineerde het supplement met een intensief oefenprogramma en werd financieel ondersteund door de fabrikant van het onderzochte product. Het resultaat is een reden voor groter onafhankelijk onderzoek, geen bewijs dat ieder collageenproduct achillespeesherstel versnelt.[3]

Het totaalbeeld blijft onzeker

Een systematische review naar voeding en peesklachten vond negentien menselijke studies, waarvan veertien een supplement onderzochten. Collageen kwam vaak voor, maar geregeld samen met andere stoffen. De onderzoeken verschilden sterk in pees, product, oefenprogramma en uitkomst. Veel studies hadden methodologische beperkingen. De reviewers zagen mogelijke positieve signalen, maar konden geen definitief voedingsadvies voor preventie of behandeling van tendinopathie geven.

Een bredere levende review uit 2023 analyseerde 68 gerandomiseerde onderzoeken naar oefentherapie met en zonder aanvullende behandelingen bij achillespees-, kniepees- en gluteale peesklachten. Voor geen enkele aanvulling was overtuigend aangetoond dat deze beter werkte dan oefentherapie alleen. De auteurs adviseerden daarom oefentherapie als eerste aanpak gedurende ten minste drie maanden. Die review is niet uitsluitend over collageen, maar plaatst het supplement wel in de juiste volgorde: een aanvulling moet boven op een goed uitgevoerd belastingsprogramma aantoonbare winst leveren.[1][2]

Laat het supplement niet het plan vervangen

Bij een achilles- of kniepeesklacht begint de praktische vertaling met de belasting. Welke beweging roept de klacht op? Hoe reageert de pees later op de dag en de volgende ochtend? Welke kracht, loopafstand of sprongbelasting wil je terugwinnen? Met die informatie kan een programma stapsgewijs worden opgebouwd en bijgesteld.

Voeding hoort naast dat plan te liggen. Voldoende energie en een passend voedingspatroon zijn relevanter dan één los product wanneer maaltijden structureel worden overgeslagen of de sportbelasting sneller stijgt dan de inname. Een collageensupplement compenseert geen te lage energiebeschikbaarheid, een verkeerd gedoseerde trainingsprikkel of een onduidelijke diagnose.

Wie toch collageen gebruikt, heeft meer aan vooraf gekozen uitkomsten dan aan het gevoel iets extra's te doen. Volg bijvoorbeeld de reactie op peesbelasting, een relevante krachttest en de voortgang richting sport. Verander niet tegelijk het supplement, het hele oefenprogramma en het trainingsvolume als je wilt begrijpen wat helpt. De huidige literatuur rechtvaardigt geen herstelbelofte of standaarddosering: de meest verdedigbare positie is progressief belasten, het totale herstel organiseren en collageen alleen als onzekere aanvulling beschouwen.[2][1]

Literatuur en bronnen

  1. Hijlkema et al. The impact of nutrition on tendon health and tendinopathy: a systematic review (2022)

    Journal of the International Society of Sports Nutrition. Gepubliceerd op 3 augustus 2022. Volledige open-accesstekst geraadpleegd. Negentien studies, waarvan veertien naar supplementen; grote heterogeniteit en weinig hoogwaardig bewijs verhinderden een definitief voedingsadvies.

  2. Challoumas et al. Effectiveness of Exercise Treatments with or without Adjuncts for Common Lower Limb Tendinopathies (2023)

    Sports Medicine - Open. Gepubliceerd op 9 augustus 2023. Volledige open-accesstekst geraadpleegd. Levende systematische review en netwerkmeta-analyse van 68 RCT's; geen overtuigend bewijs dat een aanvulling beter werkt dan oefentherapie alleen.

  3. Praet et al. Oral Supplementation of Specific Collagen Peptides Combined with Calf-Strengthening Exercises in Achilles Tendinopathy (2019)

    Nutrients. Gepubliceerd op 2 januari 2019. Volledige open-accesstekst geraadpleegd. Dubbelblinde crossoverpilot met twintig deelnemers naast zes maanden oefenen; mogelijk sneller functiewinst tijdens suppletie, maar een kleine studie met gecombineerde behandeling en financiering door de productfabrikant.

  4. Shaw et al. Vitamin C-enriched gelatin supplementation before intermittent activity augments collagen synthesis (2017)

    The American Journal of Clinical Nutrition. Online gepubliceerd op 16 november 2016, in jaargang 2017. Volledige tekst geraadpleegd. Crossoveronderzoek bij acht gezonde mannen; mat een serum-marker en een gekweekt ligamentmodel, geen klinisch peesherstel.

  5. Kirmse et al. Collagen Peptide Supplementation during Training Does Not Further Increase Connective Tissue Protein Synthesis Rates (2024)

    Medicine & Science in Sports & Exercise. Online gepubliceerd op 31 juli 2024. Alleen abstract geraadpleegd. Dubbelblinde RCT bij 25 gezonde jonge mannen; meer circulerende collageenaminozuren, maar geen extra spierbindweefsel- of myofibrillaire eiwitsynthese na één trainingsweek.

Geraadpleegd op 1 oktober 2026.